De documenten zoals genoemd bij het referentiekader zijn leidend. Afwijkingen hierop worden in de volgende paragrafen aangegeven.
Referentiekader
CROW publicatie 257 Turborotondes;
CROW publicatie 164c Handboek wegontwerp – Gebiedsontsluitingswegen.
Aandachtspunten
Uit veiligheidsoverwegingen verdient het sterk de voorkeur om een fietsoversteek die meer dan één rijstrook kruist ongelijkvloers uit te voeren.
Programma van eisen
De vormgeving van fietsoversteken bij turborotondes is afhankelijk van het aantal rijstroken dat in één keer (zonder fysieke onderbreking) gekruist moet worden.
Indien zowel de toerit als de afrit van de rotonde over één rijstrook beschikken is een gelijkvloerse fietsoversteek toegestaan, overeenkomstig fietsoversteken bij enkelstrooksrotondes.
Indien op de toerit en/of de afrit twee of meer rijstroken moeten worden gekruist dient een ongelijkvloerse fietsoversteek of een logische alternatieve fietsroute ingepast te worden. In bijlage A, tekening H008-4 is een voorbeeld voor een fietstunnel opgenomen.
Als bij verbetering van bestaande kruisingen aantoonbaar blijkt dat inpassen van een ongelijkvloerse fietsoversteek en/of alternatieve route niet haalbaar is dan kan in overleg met de wegbeheerder(s) worden overwogen een gelijkvloerse oversteek in te passen. Een gelijkvloerse fietsoversteek die in één keer meer dan twee rijstroken kruist is nooit toegestaan. Als besloten is een dergelijke gelijkvloerse oversteek op te nemen gelden de volgende eisen:
In de middengeleider wordt een chicane (asverspringing naar rechts) in het fietspad aangebracht;
Als er geen ruimte is voor een middengeleider van voldoende breedte voor een chicane, moet het fietspad in de middengeleider van een hoekverdraaiing naar rechts worden voorzien.
De fietsers moeten uit veiligheidsoverwegingen op turborotondes altijd uit de voorrang worden gehouden in verband met het gevaar op afdekking.
Scherpe bocht aanbrengen voor fietsoversteek om snelheid van (brom-) fietsers te beperken.
De zichthoogte van fietsoversteken in de oksels van de aansluitende takken en de berm dient minimaal 0,20 m (i.v.m. kinderen) te zijn.
Voertuigen moeten 3,5 seconden zichtbaar zijn, waarvoor op de toerit een zichtafstand van 50 m nodig is en richting rotonde 35 m.