De
documenten zoals genoemd bij het referentiekader zijn leidend.
Afwijkingen hierop worden in de volgende paragrafen
aangegeven.
Referentiekader
CROW
257 Turborotondes;
CROW
publicatie 164c Handboek wegontwerp –
Gebiedsontsluitingswegen.
Programma van eisen
Berekeningsmethode:
Indien de intensiteiten op de rotondesegmenten ter
plaatse van de aansluitende takken meer dan een factor 5 van elkaar
verschillen, is een simulatieberekening noodzakelijk met een
microsimulatiemodel (bijvoorbeeld Vissim) dat is geijkt aan
waargenomen intensiteiten in een
congestiesituatie.
Indien bij gebruik van de
meerstrooksrotondeverkenner een verzadigingsgraad van 70% of meer
wordt berekend, dient ook aanvullend met een microsimulatiemodel
aangetoond worden dat het verkeer 15 jaar na aanleg goed wordt
afgewikkeld.
Varianten turborotondes (zie tabel
8.1):
Indien uit de capaciteitsberekening blijkt dat een
spiraal-, rotor- of sterrotonde noodzakelijk is dan dient de
kruispuntvorm opnieuw overwogen te worden, aangezien deze
rotondevormen door de provincie niet worden toegepast. De voorkeur
gaat in dat geval uit naar het toepassen van een turborotonde met
bypass(-en) of een VRI-kruispunt.
Figuur 8.8
Figuur 8.9
Turborotonde
Knierotonde
Figuur 8.10
Eirotonde
Objectcamera
De
turbotonde moet worden voorzien van een objectcamera. Deze camera
moet worden aangesloten op de VM-desk van de provincie
Zuid-Holland, zodat de afwilkkeling van het verkeer op de rotonde
op afstand gemonitord kan worden. Hiervoor moeten een
stroomvoorziening en ADSL-verbinding worden
gerealiseerd.
De
locatie van de objectcamera moet worden afgestemd met de
provincie.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||