De documenten zoals genoemd bij het referentiekader zijn leidend. Afwijkingen hierop worden in de volgende paragrafen aangegeven.
Referentiekader
CROW publicatie 257 Turborotondes;
CROW publicatie 207 Richtlijnen voor bebakening en markering van wegen; CROW publicatie 222 Richtlijn bewegwijzering.
Programma van eisen
De bebording moet worden vormgegeven als vermeld in paragraaf 6.3 van CROW publicatie 257.
Op het middeneiland wordt altijd bord D1_BB12r toegepast (ook binnen de bebouwde kom).
Bij nadering van de rotonde moet het verkeer voldoende op de overrijdbare scheidingen worden geattendeerd.
De onderlinge afstand tussen de bebording voor de rotonde is te vinden in afbeelding 8.4 en 8.5.
Figuur 8.4               Figuur 8.5
Bebording rotonde op 80 km/h weg        Bebording rotonde op 50 km/h weg
Figuur 8.6               Figuur 8.7
Wegwijzers boven de rijbaan                 Wegwijzer naast de rijbaa
Bewegwijzering:
Elke aanvoertak dient voorzien te zijn van ten minste één voorwegwijzer. Buiten de bebouwde kom op ca. 400 m voor de rotonde.
De bebording van wegwijzers moet worden ontworpen conform CROW publicaties 222 en 257.
Indien rijstrookborden boven de rijbaan worden toegepast, dan worden deze voorzien van staande pijlen (figuur 8.6).
Als een wegwijzer in de berm is aangebracht, dient deze voorzien te zijn van een symbool dat de aanwezigheid van de rijstrookscheiding aangeeft (figuur 8.7).
Besliswijzers worden in de verkeersgeleiders van de aansluitende takken geplaatst.
De pijlen op rijstrookborden, voorsorteerborden en het wegdek komen zoveel mogelijk met elkaar overeen.