De documenten zoals genoemd bij het referentiekader zijn leidend. Afwijkingen hierop
worden in de volgende paragrafen aangegeven.
Referentiekader
CROW publicatie 126 Eenheid in rotondes;
CROW publicatie 126a Fietsoversteken op rotondes;
CROW publicatie 164c Handboek wegontwerp – Gebiedsontsluitingswegen.
Aandachtspunten
De zichthoogte van fietsoversteken in de oksels van de aansluitende takken en de berm langs de aanrijtak dient minimaal 0,20 m (i.v.m. kinderen) te zijn.
Wanneer fietsers uit de voorrang zijn, wordt de fietsoversteek gemarkeerd door middel van kanalisatiestrepen.
Uit veiligheidsoverwegingen is het zeer ongewenst (in tegenstelling tot wat publicatie 126a toelaat) dat bij fietsers in de voorrang fietsoversteken in beide richtingen worden gebruikt.
Programma van eisen
In de CROW publicatie 126 wordt geadviseerd om fietsers binnen de bebouwde kom voorrang te geven. Hiervan kan uit veiligheidsoverwegingen worden afgeweken indien:
bromfietsers op het fietspad rijden;
er sprake is van een relatief hoog percentage vrachtverkeer; het fietspad in twee richtingen wordt bereden;
er een te geringe afstand is tussen fietsoversteek en rotonde.
Op provinciale wegen is over het algemeen sprake van een hoog percentage vrachtverkeer. Ook wordt in veel gevallen aan één van de andere bovenstaande criteria voldaan. Om deze redenen worden fietsers ook binnen de bebouwde kom uit de voorrang gehouden.
In figuur 7.3 in de vormgeving van de fietsoversteek weergegeven
Figuur 7.3               Fiets,- voetgangersoversteek bij een enkelstrooksrotonde